Beatrijs


Beatrijs bidt tot Maria Beatrijs staat ook wel bekend als een Maria-mirakel of een Maria-legende.
Dit verhaal is vroeger door een minstreel of sprookspreker voorgedragen, wat op te maken valt uit opmerkingen in de tekst als "luister nu" en "hoor hoe het verder ging".
Later in de 14e eeuw is het verhaal op schrift gesteld. Een exemplaar uit 1374 wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het verhaal

Ondanks dat het vertellen van verhalen weinig oplevert, wil de verhalenverteller toch het verhaal van Beatrijs ten gehore brengen, die kosteres was in het klooster, waar ze zorgvuldig haar werk deed.

Ondanks dat Beatrijs al enkele jaren in het klooster verbleef, was zij toch nog steeds verliefd op de jongen die zij ontmoet had, voor ze het klooster in ging. Zij probeerde deze duivel te weerstaan, door haar gebeden te zeggen.
Uiteindelijk is de duivel sterker en zond zij haar vriend een brief, waarin stond dat ze hem bij het klooster zouden spreken.

Tijdens dit gesprek, dat door de tralies gevoerd werd, beloofde de jongeling voor de non te zorgen en dat hij nog steeds van haar hield. Dit waren precies de woorden die Beatrijs wilde horen. Ze spraken af dat de jongeling na zeven nachten haar op zou wachten in de boomgaard van het klooster.

Beatrijs bidt tot Maria De jongeling ging naar huis en liet hier kleren maken voor zijn geliefde. Hij kocht blauwe stof en scharlaken en liet hier kleren van maken voor Beatrijs.

Op de zevende nacht, nadat Beatrijs de klokken voor de metten had geluid en iedereen na het zingen weer was gaan slapen, ging zij naar het beeld van Maria, viel op haar knieën en bad tot Maria. Zij trok hierna haar pij uit en legde dit op het Onze Lieve Vrouwe-altaar en hing de sleutels van de sacristie vlak bij Maria.
Hierna ging zij, slechts in haar onderjurk gekleed naar haar vriend, die al in de boomgaard op haar stond te wachten. Hij gaf de kleren aan Beatrijs, welke de blauwe kleren koos. Hierna gingen zij te paard op weg.

Op hun reis kwamen ze door een lieflijk bos, waar de jongeling wilde pauzeren en waar ze zich zoals hij zei zich konden overgeven aan "het minnespel".
Beatrijs schold hem hierop uit voor een boerenkinkel. Ze zei dat zij zich niet zou verlagen tot het niveau van vrouwen, die het voor geld in het open veld doen. Hij moest maar wachten tot ze op de plaats van bestemming kwamen.

De jongeling maakte nu zijn excuses en zij reden samen verder. Na een lange reis kwamen ze bij een stad, waar ze bleven. Zeven jaar zijn ze hier gebleven en kregen ze twee kinderen, totdat het geld op was. Hierna brak de man al zijn beloften en heeft haar verlaten.

Beatrijs verlaat met haar vriend in de boomgaard Beatrijs moest nu voor zichzelf en haar twee kinderen de kost verdienen. Aangezien zij nooit een vak geleerd had en niet wilde bedelen, moest zij nu als publieke vrouw in het veld aan het werk.
Ondanks alle ontberingen heeft zij niet verzuimd om alle jaren tot Maria te bidden. Na zeven jaren van ellende gaf God haar genade. Zij besloot uit bedelen te gaan en trok met haar beide kinderen door het hele land.

Op zekere dag kwam ze toevallig in de buurt van het klooster en kreeg zij onderdak bij een weduwe. Hier vroeg zij naar het klooster en naar de kosteres, die 14 jaar geleden verdwenen zou zijn. De weduwe ontstak in woede en zei dat de kosteres van het klooster haar werk keurig en nauwgezet deed. Beatrijs begreep hier niets van, want de weduwe had het over haar.

Die nacht, tijdens haar slaap, hoorde ze een stem die haar zei terug te keren naar het klooster. Beatrijs dacht dat de duivel haar in een val wilde laten lopen, ging nog niet terug naar het klooster.
Ook de tweede nacht kwam er een stem, die haar vroeg terug te keren, maar weer dacht zij dat de duivel haar een loer wilde draaien en weer ging ze niet.
Nadat ze de derde nacht weer dezelfde wens had gehoord, begreep ze dat deze boodschap van God moest komen, omdat ze wist dat God een derde verschijning niet aan de duivel zou toestaan.
Zij trok haar kleren uit en heeft daarmee haar zoons toegedekt en is zo naar het klooster gegaan, waar zij haar kleren terugvond, samen met de sleutels. Hierna nam zij haar oude taak van kosteres weer op zich. Zij dankte Maria in haar gebeden, die haar plaats had ingenomen gedurende de afgelopen 14 jaar, zonder dat iemand het gemerkt had.

De weduwe met de twee jongens bij het klooster De weduwe merkte de volgende morgen dat de moeder van de twee kinderen verdwenen was en is met de jongens naar de abdij gegaan. Hier kreeg zij toestemming van de abdis om voor de jongens te zorgen, met behulp van steun uit de abdij, dit tot grote opluchting van Beatrijs.

Zij woonde en werkte nu weer vroom in het klooster, maar zij had nog steeds haar zonden niet opgebiecht. Op een dag kwam een abt in het klooster, maar twijfels overvielen Beatrijs. Terwijl zij alles overdacht, zag zij een jongeling die helemaal in het wit gekleed was, met op zijn arm een klein bloot kind. De jongeling probeerde het kind te vermaken met een appel. Zij vroeg hem waarom hij probeerde het dode kind te vermaken, waarop de jongeling antwoordde dat dit de manier was waarop God haar nu zag. Haar ziel was dood voor hem, ondanks al haar gebeden, tot zij de biecht had gedaan.

Hierop ging zij naar de abt, die haar de biecht heeft afgenomen. Hij wilde alleen wel met dit mirakel preken, maar hij zou er voor zorgen, dat niemand te weten zou komen dat het haar betrof.

Voor de originele versie van Beatrijs klik hier.


bronnen