eel is er over dit verhaal niet bekend. Waarschijnlijk is het vertaald uit het Frans en ik vermoed dat er hierbij een deel verloren is gegaan. In het verhaal wordt Turias verliefd op de dochter van de keizer en verwekt een kind bij haar, maar later, in het verdere verloop van het verhaal wordt hier niet meer over gesproken.
Dit verhaal is van een uitgave uit 1554, van de Antwerpse druk van de weduwe van Jacob van Liesveldt. Voor zover ik heb kunnen nagaan is het enige bekende exemplaar in privé bezit.
Turias, de enige zoon van koning Cunamor en koningin Leonella, praat op een dag met twee kooplieden die op het hof aanwezig zijn. Zij vertellen dat koning Ados een zeer mooie dochter heeft.
Zij wonen in de stad Selena, waar hij een kasteel heeft, die aan het water staat. Zijn dochter woont in een van de torens met andere maagden.
Op de vraag van Turias hoe deze koningsdochter heet, antwoorden de kooplieden dat haar naam Floreta is.
Turias gaat naar zijn ouders en vraagt of hij met een schip op reis mag gaan. Zijn ouders zijn er eerst op tegen, omdat hij hun enige kind is, maar als Turias zegt dat hij graaf Aliseles mee wil nemen voor advies, gaan ze overstag. Hij vraagt hen ook nog om dertig ridders mee te sturen.
Als het schip gereed is, vraagt de koning naar het doel van de reis en Turias zegt hem dat hij naar het land van koning Ados wil varen, om daar een aantal dingen te doen, die hem eer zullen opleveren.
Nadat hij van zijn vader een aantal goede adviezen heeft gekregen, vertrekt hij.
Na een voorspoedige reis van zestien dagen komen ze aan in de stad Selena.
Er wordt besloten om het schip niet aan te leggen, maar om met een sloep met vijftien man Floreta proberen te schaken. Turias zit ook in deze boot en ze varen naar de torenmuur, waar ze een ladder tegen zetten.
Turias klimt deze ladder op, samen met de graaf en vijf ridders. Ze komen direct in de ruimte waar Floreta met haar jonkvrouwen ligt te slapen. Turias herkent haar direct door haar grote schoonheid.
Hij pakt haar beet en weet haar slapend de trap af te krijgen en pas in de sloep wordt ze wakker. Hier begint Floreta te roepen en te schreeuwen, maar dit mag niet meer baten, omdat ze snel bij het schip zijn en wegvaren, zonder dat iemand hen kan achtervolgen.
Op de boot krijgt Floreta een eigen kamer. Turias zegt haar niet bang te zijn, omdat hij haar meer eer zal geven, dan zij thuis zou kunnen krijgen. Door de manier waarop Turias tegen haar praat, wordt zij gerustgesteld en begint zij verliefd op hem te worden. Als zij echter beseft dat zij haar ouders niet meer terug zal zien, begint zij opnieuw te huilen.
Floreta vraagt of Turias wil zeggen wie hij is en waar hij vandaan komt. Als zij hoort dat hij een koningszoon is, kust zij hem uit liefde en zegt dat zij zich volledig aan hem overgeeft.
Als ze op de terugreis het land van Turias zien liggen, steekt er een geweldige storm op, die de boot behoorlijk havent. Ook wordt de boot van het land weggeblazen.
Langzaam wordt de boot teruggedreven naar het land van Floreta en na een maand de speelbal geweest te zijn van de elementen, vind graaf Aliseles het tijd worden voor spoedberaad.
Terwijl Turias bij Floreta is, besluit de rest van de opvarenden dat Floreta overboord gezet moet worden. Waarschijnlijk heeft zij ooit een zonde begaan, waarvoor het hele schip moet boeten.
Als Turias dit hoort, wordt hij woedend en zegt dat hij samen met Floreta wil sterven, maar graaf Aliseles heeft zijn vader beloofd om Turias weer heelhuids thuis te brengen en weigert dit.
Als hij Floreta beetpakt om haar overboord te zetten, pakt ook Turias haar beet en zegt dat ze haar op zijn minst op een eiland kunnen achterlaten, om haar een kans te geven. Graaf Aliseles ziet in dat dit de enige manier is om Turias rustig te krijgen en stemt hiermee in.
Zij zien een grote rots uit zee opdoemen en besloten wordt om Floreta hier achter te laten. Een schildknaap van Turias gaat mee, zodat Turias later weet of zij het kan overleven.
De rots blijkt kaal te zijn, maar de schildknaap zegt later tegen Turias dat ze bij een bron is neergezet, waar ook kruiden groeien. Turias vat nu het plan op om Floreta hier later weer op te halen.
Floreta is inmiddels op zoek gegaan naar een plaats voor de nacht en ziet tot haar verbazing op de top van de rots een kleine kapel staan, verscholen tussen twee kleinere rotsen. Naast deze kapel staat een klein huisje, waar een vrome vrouw, Ortalesa geheten woont, samen met een jonge maagd.
Als Ortalesa het verhaal van Floreta hoort, moet zij huilen en biedt Floreta onderdak aan in haar huis.
Op de terugreis wil Turias alleen nog met zijn schildknaap praten. Binnen vijf dagen is het schip weer veilig terug, waar iedereen met blijdschap wordt binnengehaald.
Na een tijdje geeft Turias opdracht aan zijn schildknaap om een nieuw schip klaar te laten maken. Er mag niemand van de oude bemanning aanwezig zijn en alles moet in het diepste geheim gebeuren.
De schildknaap regelt alles binnen vier dagen en ze besluiten om die nacht af te varen.
Na zeven dagen varen zien ze de rots. Ook Floreta ziet het schip komen en omdat ze niet weet wie de opvarenden zijn, gaat ze naar Ortalesa en vraagt haar of deze haar wil verbergen in de kapel, tot ze weten dat het goed volk is.
Als Turias aan land gaat, ziet hij dat zijn schildknaap niet de waarheid heeft gesproken over de bron en de kruiden, wordt hij boos en verdrietig.
Hij is bang dat Floreta dood is, maar omdat ze haar niet vinden, dood noch levend, gaan ze op onderzoek uit en zien al snel de kapel.
Ortalesa staat voor de kapel en vraagt Turias wat hij op het eiland komt doen. Hij legt haar het hele verhaal uit en zegt wie hij is.
Ortalesa laat na dit verhaal Turias bij Floreta en het is een gelukkig weerzien. Al snel varen ze weg, maar er staat een verkeerde wind. Na drie weken varen komen ze bij het land van hertog Marron, die familie is van koning Ados, de vader van Floreta.
Zij besluiten de nacht op het land door te brengen. Ze vinden een bron waar ze de maaltijd gebruiken en dan vraagt Turias de bemanning om terug naar het schip te keren, om, als de wind goed staat, hen te waarschuwen zodat ze dan verder kunnen.
Die nacht steekt er een harde wind op, die het schip van zijn ankers slaat, waardoor het schip verdwijnt. Turias, Floreta en de schildknaap blijven alleen achter op het land.
De volgende dag gaan ze te paard verder, tot ze een kasteel zien. Turias klopt op de poort, omdat hij wil weten in welk land ze zijn. Direct wordt er opengedaan door een ridder, gekleed in harnas en met ontbloot zwaard. Hij begroet het gezelschap en zegt blij te zijn om ze te zien, omdat hij nu mag vertrekken.
Turias zegt dat hij dit niet begrijpt, waarop de ridder uitlegt dat dit het kasteel der kampioenen is. Diegene die daar aanklopt, moet strijden tegen de heer van het kasteel. Verliest de heer van het kasteel, dan wordt de winnaar de nieuwe heer van het kasteel en de oude heer diens dienaar.
Wint de heer van het kasteel, dan wordt de verliezer zijn bediende. De ridder die de poort heeft geopend is de vorige verliezer en woont er nu vijf jaar, nadat hij van ridder Ytannos, de huidige heer heeft verloren.
Hierna wordt ridder Ytannos gewaarschuwd dat Turias met zijn gezelschap er zijn, waarop hij ze hartelijk welkom heet. Tijdens het eten legt hij nogmaals uit wat de bedoeling is.
De volgende dag rijden ze naar de plaats waar het duel plaats zal vinden. Turias is niet zeker van het resultaat, omdat dit zijn eerste gevecht zal zijn. Floreta bidt voor een goede afloop.
Hertog Marron is al aanwezig. Hij zal de scheidsrechter zijn van het duel. Al snel begint het duel en bij de eerste lansstoot breekt de lans van Turias, door de kracht waarmee hij Ytannos raakt, maar deze geeft geen krimp.
Hierna gaan ze met het zwaard verder, zo fel, dat er vonken van de helmen afspringen waar ze elkaar raken. Uiteindelijk is Ytannos zo moe, dat hij een pauze voorstelt, maar Turias gaat met volle kracht verder, waarop Ytannos zich overgeeft.
Hertog Marron schenkt Turias het kasteel der kampioenen en Ytannos wordt zijn schildknaap. Hertog Marron zegt ook toe dat Turias over geld kan beschikken.
Turias vraagt ook of de hertog hem met Floreta wil trouwen, omdat dit nog steeds niet gebeurt is. Hertog Marron wil dit graag regelen en na het huwelijksfeest is Turias kasteelheer van het kasteel der kampioenen.
Er volgt een periode waarin Turias, tot verdriet van Floreta, regelmatig een duel heeft. Uit naburige landen komen sterke ridders hun kansen beproeven tegen de nieuwe kampioen, maar Turias weet ze allemaal te verslaan.
Bij de vader van Floreta, koning Ados, komt koning Diacolo van Hongarije op bezoek. Koning Ados heeft Floreta ooit uitgehuwelijkt aan koning Diacolo en hij komt haar nu ophalen. Koning Ados zegt dat Floreta geschaakt is door iemand anders, maar koning Diacolo gelooft hem niet.
Hij denkt dat koning Ados haar aan iemand anders gegeven heeft, die een grotere bruidsschat geboden heeft, maar deze ontkent dit.
Koning Diacolo doet zijn beklag bij Tybus, de keizer van Duitsland en deze zegt dat er een duel gehouden moet worden. Omdat koning Ados al wat ouder is, mag hij een ridder zoeken die voor hem tegen koning Diacolo zal vechten.
Koning Ados besluit naar zijn familielid hertog Marron te reizen en hem te vragen of zijn kampioen voor hem mag strijden.
Als hertog Marron het hele verhaal heeft gehoord, zegt hij dat hij niet voor zijn kampioen kan beslissen, maar dat zij het hem samen zullen vragen.
Als Turias het hele verhaal hoort, belooft hij koning Ados om een uitzondering te maken en het kasteel te verlaten om voor de eer van de koning te vechten.
Hierna is Turias naar Floreta gegaan en heeft haar verteld dat hij voor haar vader een duel zal aangaan. Floreta is bedroefd dat zij haar vader niet gesproken heeft, maar ook blij omdat Turias de eer van haar vader wil verdedigen.
Al snel is Turias met ridder Ytannos en een page naar hertog Marron gegaan, waar koning Ados op hen wacht. De volgende dag zijn ze naar de stad Amposta gegaan, waar het duel plaats zal vinden.
Als Turias tegen de keizer zegt dat hij het duel voor koning Ados aan zal gaan, is zijn tegenstander koning Diacolo ongerust over een goede afloop. Hij zegt tegen de keizer, dat hij als koning niet tegen een gewone ridder kan vechten. Turias zegt hierop dat hij een zoon is van koning Cunamor en koningin Leonella van Persen en dat daarom het duel gewoon door kan gaan.
Hierna begint het duel en nadat beiden drie lansen op elkaar gebroken hebben, gaan ze met het zwaard verder. Het harnas van Turias vertoont na verloop van tijd veel butsen en gaten, maar het harnas van koning Diacolo is nog volkomen gaaf. Hij heeft een betoverd harnas van de keizer geleend, dat niet kan beschadigen en waardoor hij moeilijk gewond raakt.
Na verloop van tijd krijgt de keizer medelijden met Turias en laat de scheidsrechter een pauze voorstellen. Turias wil doorvechten tot een van de twee winnaar is, maar koning Diacolo zegt dat Turias beter op kan geven, omdat hij gewond is, terwijl hij zelf geen enkele kwetsuur heeft.
Turias zegt dat dit niet door zijn vechten komt, maar door zijn harnas. Hij pakt koning Diacolo beet en werkt hem tegen de grond, waarna hij met zijn zwaard fel op hem in begint te slaan. Hierdoor krijgt koning Diacolo zoveel inwendige bloedingen, dat hij uiteindelijk overlijdt.
Menigeen was blij met de dood van de koning, die een wreed man was, behalve de keizer, die hem graag mocht.
De keizer laat Turias verzorgen en koning Ados wordt van zijn schuld ontheven. Turias schrijft hierna een brief aan Floreta dat hij het duel gewonnen heeft, maar dat hij niet direct terugkeert, omdat de keizer hem nog een tijdje aan zijn hof wil houden.
De keizerin en haar dochter Exceleonesa verzorgen Turias tot hij helemaal genezen is. Tijdens deze periode worden Turias en Exceleonesa verliefd op elkaar, blind voor de schande die hen kan overkomen.
Inmiddels heeft de keizer koning Diacolo op laten halen. Als zij hem het harnas uit trekken, zien zij niet één bloedende wond, maar wel ziet het lichaam zwart van de blauwe plekken.
Corvelin, de zoon van de keizer zegt, dat als Turias dit harnas bezit hij onoverwinnelijk is, waarop de keizer dit harnas aan Turias schenkt.
Deze is blij met het harnas, maar zegt het niet te zullen dragen in een duel, omdat het anders geen eerlijk duel kan zijn.
Hierna heeft Turias koning Ados verteld, dat hij het is geweest die zijn dochter heeft geschaakt. Koning Ados zegt blij te zijn met een schoonzoon en vraagt of hij Floreta mag bezoeken, terwijl Turias bij de keizer verblijft, wat Turias toestaat.
Als Turias genezen is, krijgt hij onderdak bij Corvelin. Intussen spreekt hij Exceleonesa regelmatig en bekent haar zijn liefde. Ook geeft hij haar een ring als blijk van zijn trouw aan haar.
Exceleonesa verteld Turias dat hij haar in een tuin in het paleis kan ontmoeten, zodat zij elkaar kunnen beminnen. Op een nacht is Turias de tuin ingeklommen en verbergt zich onder een grote rozenstruik. Die middag komt Exceleonesa de tuin in begeleid door drie jonkvrouwen.
Al snel ziet ze Turias en vraagt de vrouwen om in het prieel te blijven, zodat zij onder de rozenstruik een dutje kan doen. Zij licht een van de jonkvrouwen - Vergona geheten - in over de werkelijke reden.
Terwijl Turias zich vermaakt met Exceleonesa onder de rozenstruik, komt de keizer de tuin in om te wandelen. Vergona ziet hem en waarschuwt Exceleonesa, die snel te voorschijn komt en rustig naar haar vader loopt.
Ondertussen is er op het kasteel een gevecht geweest tussen twee mannen, waarbij er een gedood is, waarna de dader de kerk in is gevlucht.
Als de keizer dit hoort, loopt hij peinzend door tot de rozenstruik en vraagt daar aan zijn dochter om een paar wachten te waarschuwen. Zowel Exceleonesa als Turias denken dat de keizer hem gezien heeft en daarom de wachten laat halen.
Als er een wachter komt, draagt de keizer hem op om een aantal gewapende mannen te laten komen, waarop de beide geliefden het steeds benauwder krijgen. Exceleonesa kan het niet langer aanzien en vertrekt naar haar kamer.
Als de gewapende mannen bij de keizer komen, vraagt hij ze om even te wachten, omdat hij eerst iets anders moet doen.
Turias trekt zijn zwaard uit de schede om zich in ieder geval te kunnen verdedigen. Als uiteindelijk de keizer terugkomt, vraagt hij de mannen om de moordenaar die zich in de kerk verschanst heeft op te pakken, waarna ze samen de tuin verlaten.
Na dit voorval spreken Turias en Exceleonesa af om in het vervolg veiliger afspraken te maken.
Als Turias die avond weer bij Corvelin is, vraagt deze waar hij de hele dag geweest is. Turias zegt dat hij bij de vrouw van een rijke burger is geweest, maar dat hij zich de hele dag verborgen heeft moeten houden, voor hij weer weg kon.
Op een dag ontvangt Turias een brief van zijn vader, waarin staat dat deze in oorlog is tegen twee andere vorsten. Hij vraagt of Turias hem hulp kan bieden.
Turias laat de brief aan Corvelin lezen en samen gaan ze naar de keizer. Als deze het nieuws hoort, biedt hij aan te bemiddelen, maar Turias slaat dit af.
Hij vraagt of hij naar zijn kasteel mag om zich daar te beraden over de te nemen stappen. De keizer begrijpt dat het Turias om de eer van de overwinning te doen is en geeft hem toestemming om te vertrekken.
Turias ontmoet ook Exceleonesa in de tuin en verteld haar dat hij terug moet gaan. Zij begint te huilen en zegt hem dat ze zwanger is van hem. Als ze geweten had, dat hij getrouwd is, zou haar dit niet zijn overkomen.
Hij zegt dat hij van haar houdt en dat hij de keizer heeft beloofd om binnen een maand weer terug te zijn. Hierna neemt hij afscheid van haar.
Vlak voor zijn vertrek wil de keizer hem nog spreken. Hij krijgt dan drie paarden cadeau, samen met vijftig stukken goud, juwelen, drie schildknapen en drie pages, waarna de keizer hem, samen met zijn zoon Corvelin uitgeleide doet.
Als Turias te Selena aankomt, verpoost hij eerst een tijd aangenaam met Floreta, voor hij naar koning Ados gaat om te overleggen wat ze moeten doen.
Koning Ados biedt hem geld om de strijd te bekostigen, samen met drieduizend man. Met deze mensen gaan zij per schip naar de stad Percia, waar koning Cunamor op zijn zoon wacht. Als zij elkaar weer zien is er grote blijdschap.
Na enige tijd komt ook hertog Marron met zeshonderd man. Na een aantal dagen gaan ze op weg, koning Cunamor met drieduizend man, koning Ados met drieduizend man en hertog Marron met zeshonderd man en Turias met vierhonderd man.
De reis gaat naar de stad Licia, waar de oorlog om draait. Hun vijanden, koning Cadol en koning Etanus zeggen dat de stad bij hun rijk hoort, terwijl koning Cunamor zegt dat het bij zijn rijk hoort.
Als Turias de tegenstanders ziet, gaat hij er direct op af. Hij rijdt recht op koning Etanos af en geeft hem met zijn lans zo'n krachtige stoot, dat het harnas van de koning breekt en hij gewond raakt.
De mannen van koning Etanos willen op de vlucht slaan, maar koning Cadol weet ze in het gareel te houden. Hierop ontbrandt er een felle strijd, die Turias weet te beeïndigen door ook koning Cadol te doden.
Terwijl de mannen de strijd leveren, gaan koningin Leonella en Floreta naar een kerkje in de buurt van de stad. Als ze in de kerk hun gebeden zeggen, komen er drie broers aangereden, Tiban, Angote en Anquibor geheten en gaan de kerk binnen, waar ze Floreta beetpakken en met haar verdwijnen.
Tegen koningin Leonella zeggen ze wie ze zijn en dat Turias naar Gracia moet komen als hij Floreta weer terug wil zien.
Als Turias dit hoort, gaat hij direct op pad om Floreta te ontzetten.
Zij wordt ondertussen naar de stad Garcia gebracht, waar het kasteel van de drie broers bij een rivier ligt. Dit kasteel is alleen te bereiken via een brug, waar twee torens achter elkaar staan.
In de eerste toren houdt Angote de wacht en in de tweede toren Anquibor. Als een voorbijganger de stad of het kasteel in wil, moet hij eerst langs de broers.
Als Turias bij de eerste toren aankomt, wordt hij binnengelaten. Als hij binnen is, wordt de poort direct weer gesloten en ziet hij Angote staan.
Hij geeft zijn paard de sporen en werkt Angote met zo'n klap uit het zadel, dat iedereen denkt dat hij dood is.
Turias moet nu verder rijden naar de tweede poort, waar hij Anquibor treft. Ook deze weet Turias met een enkele lansstoot uit te schakelen. Hierbij breekt hij zijn lans, maar hij neemt die van zijn tegenstander en vervolgt zijn weg.
Al snel ziet hij Tiban en ook nu rijden zij op elkaar af met hun lansen, waarbij hun beider lansen versplinteren. Hierna gaan ze samen verder met het zwaard en al snel heeft Tiban zoveel verwondingen dat hij op moet geven.
Turias vraagt waar Floreta is. Tiban zegt dat ze veilig is, samen met ongeveer honderd andere vrouwen. Het was de bedoeling dat al deze vrouwen na het betalen van een losgeld, weer naar huis terug zouden keren.
Turias is verbaasd en vraagt waar hij al dat geld voor nodig heeft. Tiban antwoordt dat het hem niet om het geld te doen is, maar om een sterke ridder. Nu hij er een gevonden heeft, wil hij Turias vragen om hem te helpen met het volgende probleem. Hij, Tiban, is verliefd op een mooie vrouw. Zij heeft vier sterke broers. De vrouw wil alleen met Tiban trouwen als hij met drie andere ridders haar broers weet te verslaan.
Turias belooft Tiban te helpen als hij alle vrouwen vrij laat. Tiban is hier blij om en laat iedereen vrij, waardoor ook Turias Floreta weer in zijn armen kan sluiten.
Op de afgesproken dag rijdt Turias met de drie broers naar de plaats waar het duel zal plaatsvinden. Onderweg vraagt Turias waarom deze vrouw zo beschermd wordt en Tiban antwoordt dat zij de oogappel was van haar vader, graaf Quierijn. Na zijn dood heeft zij het meeste land gekregen.
Als ze op een grasveld bij een bron komen, wachten ze daar op hun tegenstanders. Al snel zien ze de broers van jonkvrouw Diomana komen, waarop de strijd snel begint.
Al snel weet Turias met de drie broers hun tegenstanders te overwinnen. Tiban staat een van de broers toe om Diomana te halen, terwijl de andere bij hen moeten wachten. Als deze is vertrokken, zegt Turias tegen de andere drie dat ze blij mogen zijn met een zwager als Tiban, omdat hij een sterk ridder is, met een rijke stad waar hij het bevel over voert.
De broer die Diomana haalt, is snel naar haar toe gegaan en vraagt haar om snel met hem mee te komen, omdat hij bang is dat de drie achtergebleven broers door de machtige Turias gedood zullen worden.
Onderweg wordt haar verteld dat alle vier de broers voornamelijk door een ridder zijn overwonnen. Diomana vind nog steeds dat ze gedwongen wordt tot een huwelijk.
Als het hele gezelschap naar de stad van Tiban en zijn broers reist, verteld Turias aan Diomana wat voor een rijk en machtig man Tiban is en langzamerhand krijgt Diomana vrede met haar huwelijk.
Turias en Floreta blijven tot na het huwelijk, waarna zij vertrekken naar hun eigen huis, het kasteel der kampioenen.
Als ze vijftien dagen thuis zijn, ontvangt Turias het bericht dat zijn vader is overleden.
Samen gaan ze terug naar zijn land, waar ze koning en koningin worden. Zij krijgen twee zonen, die zij Cunamor en Turias noemen.
Zij zijn samen 25 jaar getrouwd geweest als Turias overlijdt en zeven jaar later sterft Floreta.
bronnen